Wat ik voor mezelf later ontdekt heb was dat ik mezelf wegcijferde en de belangen van anderen vooropgezet had. Ik wilde in een goed blaadje komen om mijn behoeften vervuld te krijgen. Ik was op de buitenwereld gericht en was vooral aan het invoelen wat een ander nodig kon hebben. Soms nam ik het gevoel of het idee voor lief dat ik weer eens voor de zoveelste keer voor de gek gehouden was en praatte het maar goed.
Ik wist niet hoe ik het kon oplossen omdat het nog niet duidelijk was. De enige, toen nog niet zichtbare, oplossing was om op veel manieren over te gaan op overcompensatie van het ervaren gemis. Ik ging een stap harder lopen op mijn werk, ongevraagd hulp aanbieden en mijn eigen afspraken verzetten om de ander te pleasen. Alles om die goedkeuring te krijgen die ik op deze manier dacht te vinden. Ik had mezelf wijsgemaakt dat ik dan waardevol was. Het streelde mijn ego terwijl de waardering waar ik werkelijk naar op zoek was steeds opnieuw uitbleef.
Misschien herken je iets van jezelf in mijn verhaal. Misschien ziet het er bij jou heel anders uit. Wat doe jij om het gemis in te vullen wanneer je verlangt naar waardering, erkenning of goedkeuring van een ander?
Ga je harder werken? Maak je jezelf kleiner? Pas je je aan? Zeg je ja terwijl je eigenlijk nee bedoelt? Zorg je vooral voor de ander? Houd je je mond om de lieve vrede te bewaren? Of probeer je juist te laten zien wat je allemaal kunt en hebt bereikt? En misschien is de lastigste vraag wel: Welke behoefte wil je hiermee vervullen?
We leven allemaal binnen systemen. Een gezin. Een familie. Een relatie. Een vriendengroep. Een bedrijf. Een organisatie. De samenleving.
Binnen die systemen leren we hoe we ons moeten gedragen om erbij te horen. Wat gewaardeerd wordt en wat minder welkom is. Waar we erkenning voor krijgen en waarmee we het risico lopen om buiten de groep te vallen. En dus passen we ons aan.
Het aanpassen is soms heel bewust en vaker misschien nog zonder dat we het in de gaten hebben. We worden handig in het invoelen en aanvoelen van wat de buitenwereld van ons verwacht. We weten wanneer we beter onze mond kunnen houden. Wanneer we iets van onszelf moeten laten zien. Wanneer we sterk moeten zijn. Wanneer we aardig gevonden willen worden. Wanneer we beter mee kunnen bewegen.
Het aanpassen wordt als een geslepen diamant zo zuiver dat we zijn gaan geloven dat wat we zien de waarheid is. De schittering ervan verblindt onze eigen kern. We kunnen ons bijna niet meer voorstellen dat het ook anders kan. We raken steeds verder van onszelf verwijderd. We functioneren op de automatische piloot en zijn daar ontzettend goed in geworden. En toch blijft het gevoel dat er vanbinnen iets ontbreekt. Je bent op zoek naar je eigen plek maar kunt deze maar niet zien door de schittering van buiten.
Binnen een systeem en bijvoorbeeld binnen systemisch werk wordt vaak gesproken over je plek innemen. Alsof er ergens een juiste plek bestaat die je moet vinden en wanneer je daar eenmaal staat alles klopt. Voor mij gaat autonomie over iets anders.
Het versterken en vergroten van je autonomie binnen het systeem betekent niet dat je een plek moet innemen of aannemen. Het gaat erom dat je aanwezig kunt zijn bij en in jezelf. Dat is een wezenlijk verschil.
Want wanneer je voortdurend bezig bent met jouw plek ten opzichte van anderen ligt je aandacht opnieuw buiten jezelf. Je hebt geen zeggenschap over hoe een ander jou ziet of waardeert.
Waar sta ik?
Hoe ziet de ander mij?
Doe ik het goed?
Hoor ik erbij?
Word ik gezien?
Wat wordt er van mij verwacht?
Je kunt daar je hele leven ontzettend druk mee zijn en ondertussen nauwelijks ontdekken wie er eigenlijk aanwezig is wanneer je al die verwachtingen even loslaat. Misschien ontstaat er dan wel iets wat je niet had verwacht of waar je nog niet aan had gedacht.
Wat probeer ik eigenlijk te vervullen?
Misschien ligt daar een vraag die we veel minder vaak stellen.
Daar gaan we in het derde en laatste deel van deze blogserie verder naar kijken.